Hoe vaak komt blootstelling of uitstoting van een oogkas implantaat voor?

Recent publiceerde een groep o.l.v. Prof Dr Dion Paridaens, oogarts en orbita-chirurg uit het Oogziekenhuis Rotterdam, de resultaten van een studie naar de blootstelling of uitstoting van orbitale implantaten na evisceratie of enucleatie.*

Deze studie werd in het voorjaar (2016) gepresenteerd door Dr Jennifer Verhoekx, oogarts-in-opleiding, tijdens het jaarlijke congres van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap.

Doel van deze studie was het bepalen van de frequentie van de blootstelling en extrusie van orbitale implantaten na twee verschillende technieken van evisceratie en enucleatie.

Hierbij werd via status onderzoek gekeken naar de resultaten van een groep patienten die in de periode 2001 en 2013 een evisceratie of enucleatie ondergingen, uitgevoerd door DP.

Tussen 2001 en 2004 werden de weefsellagen (Tenon’s kapsel en slijmvlies) in afzonderlijke lagen gesloten (zoals in alle leerboeken staat), na 2004 gebruikten we een vereenvoudigde sluiting met multipele hechtingen door twee lagen tegelijk .

Figure 1. Schematische weergave van de twee sluitingstechnieken; het sluiten van het kapsel van Tenon en conjunctiva in 1 laag (links) versus de klassieke  techniek van sluiting in 2 lagen (rechts).  (figuur door dr J. Verhoekx)


We includeerden 164 patiënten bij wie een evisceratie werd verricht en 184 patiënten die een enucleatie ondergingen. Na evisceratie ontwikkelde 2,4% blootstelling of extrusie van het implantaat. Dit was 2,4% in de een-laagse sluiting techniek en 2,7% in de twee-laagse sluitingstechniek. Er was geen klinisch relevant verschil in resultaat.

Na enucleatie ontwikkelde 1,6% blootstelling of extrusie van het implantaat. Dit was 1,7% in de een-laagse sluitings techniek en 1,5% in de twee-laagse sluitings techniek. Ook hier geen klinisch relevant verschil tussen beide technieken. Totale blootstelling implantaat en extrusie trad op in 2,1% van patienten die met de een-laagse sluiting techniek werden behandeld. Dit percentage bedroeg 1,9% voor de patienten geopereerd met de twee-laagse techniek.

Concluderend vonden zij geen verschil in de frequentie van blootstelling of extrusie van orbitale implantaten bij patiënten die correctie ondergingen met een-laagse sluiting van Tenon kapsel en slijmvlies in vergelijking met patiënten behandeld met twee-laagse sluiting.

In het algemeen calculeerden zij een risico van blootstelling of extrusie van het implantaat van 2.4 % na evisceratie en 1.6% na enucleatie, uitgevoerd door een orbita specialist.

 

*referentie: Verhoekx JSN, Rengifo Coolman A, Tse WHW, Paridaens D. A single- versus double-layered closure technique in anophthalmic surgery. Ophthal Plast Reconstr Surg 2016 Sep 6 (Epub ahead of print).

Leave a Reply